Zaterdag 10 juni 2000
We gaan weer op vakantie. Ons vliegtuig vertrekt op tijd om 09.00 uur voor een drie uur durende vlucht naar Cairns. Je beseft weer dat Australië zo'n groot land is met maar 18 miljoen mensen, terwijl in Nederland dat maar zo groot is als de provincie waarin Sydney ligt 15 miljoen mensen wonen. Cairns is de belangrijkste stad van Noord-Queensland. Als we uit het vliegtuig stappen, voelen we de warme deken om ons benen. Heerlijk, we zijn in de Tropen. Het is 24 graden en de lucht is vochtig. Het natte seizoen is net achter de rug, het droge seizoen begint en is ideaal voor vakantiegangers. Het is gelukkig nog voorseizoen. De vele luxe hotels zijn nog halfvol en op straat en aan de prachtige boulevard is het rustig. Het hotelbusje brengt ons naar hotel Tradewinds on the Esplanade, zo heet de boulevard hier. Vanuit onze luxe hotelkamer kijken we uit op de Trinity Beach met zijn hoge palmbomen en op de Coral Sea, die midden op de dag bij eb bijna droog staat. Het Great Barrief Reef ligt aan onze voeten. Het water van de Coral Sea is aquamarijn blauw en glashelder. Als we uit het hotel lopen en langs zee gaan, zien we al onmiddellijk de vele kraanvogels, pelikanen, reigers en meeuwen die hier paradijselijk bij elkaar zitten en de vele kleine schaaldiertjes oppeuzelen. Deze plek schijnt voor de trekvogels wereldberoemd te zijn. We wandelen over de boulevard naar het Pier-complex bij de Marlin jachthaven. Een grote wandelpier loopt rondom het winkelcentrum met restaurantjes en terrassen en komt uit in de haven waar de vele cruiseschepen, catamarans, zeiljachten en motorbootjes liggen die dagelijks naar de atollen van het Great Barrier Reef uitvaren. We boeken onze excuries voor de komende dagen en kijken alvast met welke boot we overmorgen naar Green Island zullen varen, want de boten komen nu om deze tijd om 17.00 uur allemaal terug van de eilandjes. Er is keuze genoeg, je kunt naar de Outer Reef varen, een tocht van 3 uur om daar te gaan duiken of snorkelen. Het Outer Reef is het rif dat het verste van de kust ligt in de open oceaan. We weten nu ook dat het Great Barrier Reef in New Guinea begint en ergens voor de kust van Brisbane ophoudt. Een afstand van ca. 2500 km. Je kunt ook een nacht op een zeiljacht doorbrengen en van koraaleiland naar koraaleiland hoppen. Wij hebben voor overmorgen een dagtrip naar Green Island geboekt, dat op een uur varen vandaan ligt. We lopen de fotogalerie van Peter Lik binnen en zijn er niet weg te slaan. Zijn landschapsfoto's zijn zo rijk van kleur en zo puur en stil. De opnames in de outback heeft hij zorgvuldig op tijdstippen gekozen dat de Australische hemel rijk van kleur is, soms roze paars, soms geelachtig, oranje en bruin. De kleuren zijn echt, niet gemanipuleerd, fantastisch. De fotograaf heeft in een oplage van 100 stuks speciale Cibachrome-vergrotingen gemaakt die hij gesigneerd verkoopt. We denken erover om er een te kopen, het is veel geld wel, maar wel uniek. De geëxposeerde foto's zijn ingeraamd in brede gerecyclede houten lijsten. Het lijkt net alsof je vanuit een raam van een houten hut naar buiten kijkt. Vanavond eten we saté kambing in een Indonesisch restaurant en voelen ons een beetje in Indonesië.

Zondag 11 juni 2000
Het ontbijtbuffet van het hotel is erg uitgebreid en omdat we in de Tropen zijn kun je hier allerlei tropische vruchten eten. Passionfruit, meloen, mango, en vele andere waarvan we de namen niet weten. Om 10.00 uur we worden voor een dagexcursie met een klein busje afgehaald dat ons 10 km verderop afzet bij de Skyrail. Dit is een gondel, die plaatsbiedt aan 6 personen en die je over de toppen van de bomen van het tropische regenwoud vervoert. Het regenwoud hier behoort tot de World Heritage, is dus een wereldnatuurmonument en moet zoveel mogelijk worden beschermd. Vandaar deze skyrail en de aangelegde voetbruggen en wandelpaden. We kijken uit naar zeldzame vogels en vlinders en horen de geluiden van de vele krekelsoorten. De gondel stopt onderweg een paar keer, zodat je een stukje door het woud kunt wandelen. Als we even op een rustige plek blijven stilstaan, zien we inderdaad kleine groen- en roodgekleurde vogeltjes, ze fladderen erg snel en kwiek, je kunt ze bijna niet fotograferen. Het regenwoud is op veel plekken erg donker door de vele bomen en planten die door elkaar heen groeien en elkaar het licht wegnemen. Sommige planten zoeken met hun wortels die wel 10 meter lang kunnen zijn het licht op en slingeren langs de hoge bomen omhoog. Op 1 ha groeien bijna 300 verschillende soorten planten, wat typerend is voor een tropisch regenwoud. In dit speciale regenwoud van Noord-Queensland leven 58 soorten kikkers en 327 soorten vogels. De 46 soorten varens vind je alleen hier en nergens anders in de wereld. Bij het volgende station kunnen we de Barron watervallen zien die in de Barron rivier storten. Het landschap is hier vlakker en open. Avocado, mango, papaya en andere fruitbomen groeien hier op de natte riviergrond. Het eindstation is Kuranda village. Hoe dichter we bij het dorp komen hoe meer eucalyptus en berkebomen we zien. Het bos hier is altijd al door de oerinwoners gekapt om ervan te kunnen leven. De Red stringy bark is een typische boom waarvan het hout veel wordt gebruikt voor de meubelindustrie. Ook de bekende didgeridoos, de blaasinstrumenten van de Aboriginals zijn van deze houtsoort gemaakt. Het dorpje Kuranda bestaat maar uit een paar straatjes met houten huizen en een enkele pension. Heel apart zijn de grote blauw met zwarte ulyssesvlinders die je hier ziet rondfladderen en die je nergens anders in Australië tegenkomt. Er is elke dag een grote markt waar er allerlei souvenirs en kleine kunstwerkjes worden verkocht. Midden op de markt voeren de Tjapukai Aborginals een oerdansje op, op de doffe klanken van de didgeridoos. Een paar kleine jongens gaan met Paula op de foto. Hun gezichten zijn rijk beschilderd met witte verf en ze hebben niets anders aan dan een doek die ze om hun middel slaan. De grote toeristenattractie is de skyscreamer, een variatie op het bungi jumpen. We kijken hoe twee meisjes in een tuigje worden gezet, dat weer aan een groot dik touw vastzit. De meisjes worden naar boven gehesen tot op een hoogte van ca. 30 meter en van bovenaf in een vrije val losgelaten. Het touw met de meisjes schommelt nog een paar keer van grote tot steeds kleinere hoogte heen en weer tot het stil hangt. Voor dit geintje betaal je 50 dollar de man. We rijden terug met de oude Engelse trein uit 1891. Deze trein rijdt 2 keer per dag op en neer naar Cairns en wordt speciaal voor het toerisme gebruikt. De trein is van hout en heeft tussen de coupés kleine ronde balkonnetjes. De rijtuigen worden met elegante lampen met witte melkglazen kapjes verlicht, wat voor een romantisch sfeertje zorgt. De reis terug gaat over de scenic railway, een speciaal spoor door het regenwoud dat ook langs suikerrietplantages voert. Het suikerriet staat nu in bloei, grote witte pluimen wuiven over de suikerrietvelden. De trein stopt midden in het woud 10 minuten voor een fotostop bij de Barron Watervallen, we rijden over een smalle brug die over de Barron Valley kloof is gebouwd, eng wel als je hier uit het raam naar beneden kijkt. We rijden ook nog eens door 15 tunneltjes, die ooit met de hand werden uitgegraven. Tenslotte kondigt de stoomfluit de komst in het Centraal Station van Cairns aan. Aan de kant van de spoorlijn wuiven de schoolkinderen ons toe. Vanavond eten we op het terras van de Chapel Bar die uitzicht geeft op de Coral Sea. We hebben wel eerst een stuk of 5 menu's gelezen van andere restaurants, om te kijken of ze Moreton Bay Bugs verkochten, dat lobsterachtige schaaldier dat ik nog eens wil proeven. Er zijn enkele restaurants die de bugs verkopen, alleen is het er stervensdruk, mensen staan in lange rijen voor een plaats. De visrestaurants zijn erg populair. We zitten hier goed op de eerste etage van de Chapel bar en merken niet veel van de drukte onder ons op de boulevard. Ik eet er ook nog garnalen en inktvis bij, niet iedereens zeker niet Glenns lievelingseten. Glenn kiest een lamsgerecht uit. Het lamsvlees in Australië is verrukkelijk en boterzacht. De avond is tropisch vochtig en warm en herinnert aan de avonden in Indonesië, toen we buiten op de terrassen van de hotels of de huizen van onze familie zaten.

Maandag 12 juni 2000
We ontbijten pancakes met stroop in een Amerikaans restaurant aan de haven. De inrichting heeft de jaren vijftig als thema. Je zit op rode skaileren bankjes en je favoriete vijftiger jaren rock- en slownummers kun je zelf uitzoeken op de chromen jukebox die aan de zijkant van de tafel is opgehangen. De bediening loopt in rood-witte uniformen met van de morasnack-mutsen op. De verse sinaasappelsap die we niet op kunnen, doen ze voor ons in wegwerpbekers. We moeten ons haasten want de Big Cat, onze catamaran naar Green Island vertrekt zo. Het is zonnig weer, maar er is veel wind en ruwe zee voorspeld. Ik maak me erg zenuwachtig want ik word meestal heel erg zeeziek wanneer Ik langer dan een half uur moet varen, vooral als er veel deining is. Ik neem twee gemberpillen tegen zeeziekte in en de kapitein raadt aan om acher op het dek te zitten in de frisse lucht. Als we de baai van Cairns uitvaren, begint het inderdaad erg te schommelen. Ik blijf maar stil zitten met mijn ogen op een vast punt gericht Ik praat maar niet veel. De bemanning van de boot geeft demonstraties over hoe je straks je snorkel en je masker moet omdoen, en hoe je hiermee moet ademen. Ze laat een film zien over het leven onderwater. Het kan me allemaal niet boeien, ik vecht tegen de misselijkheid en net als we na meer dan een uur varen op Green Island aanmeren, voel ik alsof iemand mijn strot dichtknijpt. Ik ren van boord en juich dat ik de vaart heb overleefd. Green Island is één van de vele atollen in het Great Barrier Reef. Dit eiland is begroeid met regenwoud dat wordt omzoomd door een wit strand. Met recht is dit een tropisch paradijs. We vleien ons neer in het warme zand en kijken uit over het water en het koraalrif. Er staat veel wind en de buitentemperatuur is maar 2 graad hoger dan die van het water. We weten dat daar onder de wateroppervlakte een prachtige wereld te zien is met gekleurde vissen, misschien zelfs zeeschildpadden, giant clams (reuzenschelpen met een doorsnee van 60 cm), zeeanemonen, spons, koraal en nog meer schoons. Als we een beetje door de zon zijn opgewarmd steken we onze voeten in de vinnen, doen de snorkel en masker om en glijden het water in. Je moet wel oppassen om het witte, roze en paarse koraal niet kapot te trappen. De meeste planten hier dicht bij de kust zijn zacht en breken niet. We zwemmen een stukje verder de zee in en hangen boven het koraal waar de grotere vissen zich schuilhouden. De kleine groen met geel gestreepte vissen en die met de blauwe gezichtjes zijn nieuwsgierig en zwemmen tussen onze armen en benen door. Dit is toch wel schitterend al dat moois onder water. De duikers die verder de zee opgaan kunnen nog veel meer van het leven aan en om het Great Barrier Reef zien, want daar, een paar uur verder varen is het pas echt spectaculair en kom je ook de gevreesde haaien tegen. Maar Glenn en ik duiken beiden niet. Het snorkelen alleen al geeft zoveel plezier. Na de BBQ-lunch op de Big Cat, vaart Glenn een stukje de zee op met een glass bottom boot. Ik ga niet mee, de schuit schommelt mij te veel. De bodem van deze houten boot is van glas zodat je terwijl je zit het leven onder water kunt bewonderen. De kapitein weet precies waar de mooie plekken zijn, met een beetje voer weet hij ook de mooie grote vissen aan te trekken. We maken nog een wandeling over het eiland waar, alhoewel het hier beschermd natuurgebied is, toch weer een bungalowhotel is gebouwd; ze kunnen het toch niet laten. Voordat de Big Cat weer terugvaart naar Cairns gooit de bemanning vanaf het dek brood en voer voor de vissen het water in en al gauw zie je de grote zwarte en gekleurde vissen omhoogspringen om zo snel mogelijk het voer te kunnen happen. Een schitterend gezicht en dit rondom de hele boot. Om vier uur varen we weer terug en komen net voor de zonsondergang als de zon achter de bergen is verdwenen en de hemel boven de zee zich rose kleurt weer terug in Cairns. We vonden het vanmorgen in het Amerikaanse restaurant zo leuk, dat we daar ook 's avonds origineel bereide hamburgers eten.

Dinsdag 13 juni 2000
Het achterland maakt ons nieuwsgierig. Laten we op zoek gaan naar een huurauto voor vandaag. Er zijn zoveel autoverhuurbedrijven, maar toch is het niet gemakkelijk om nu à la minute een auto te krijgen tegen een redelijke prijs. Maar we zetten door en zitten om 11.00 uur op de Cook Highway richting noorden. We zijn al gewend aan het links rijden en de wegen zijn niet verstopt. Hier is autorijden nog een plezier. We slaan op de eerste de beste rotonde linksaf en rijden de bergketen Great Dividing Range op door een gebied van regenwoud. We klimmen tot een hoogte van 600 m en rijden verder over de hoogvlakte van de Atherton Tablelands. De grond is van vulkanische oorsrpong en erg vruchtbaar. Je ziet hier appel- en sinaasappelgaarden, de tabaksplanten met de grote bladeren, mais en suikerriet plantages. Links van de weg strekt zich een grote ondergelopen vlakte uit. Het had hier twee maanden geleden heel erg geregend en gestormd. Veel land is ondergelopen. De paarden staan tot boven hun kniëen in het water. We hebben hier voor het eerst in ons leven witte paarden met zwarte spikkels gezien. Het zal wel een bekend ras zijn. In dit moerassengebied leven de bekende grote schildpadden, jammer genoeg zien we er geen. Wel prachtige vogels die op kievitten lijken. De weg komt uit in het dorpje Mareeba, waar een caravanpark is en hele leuke houten vakantie-bungalows met grote veranda's. Vanuit Mareeba gaat er een weg verder naar het noorden naar Cooktown en een weg terug langs de kust naar Port Douglas en Cairns. We nemen de weg langs de kust terug, om een bezoek te brengen aan de krokodillenboerderij 'Hartleys Creek'. Want krokodillen in de wildernis hebben we helaas niet aangetroffen. Als we er aankomen is één van de wachters net bezig om de oudste krokodil Charley uit het water te lokken. Als aas gebruikt hij een dode kip. Charley leeft al 30 jaar op deze boerderij en was de aanleiding om deze farm hier op te zetten. Hij is nog steeds erg fel. De wachter ziet kans om Charley ver uit het water te lokken. Hij doet zijn bek op en als hij zijn kaken dichtklapt, klinkt het als twee betonnen platen die op elkaar klappen. Het werk van deze wachter is best riskant, een paar jaar terug is er bij zo'n demonstratie een arm van een wachter afgehapt. Ze laten de krokodil elke dag dezelfde kunstjes doen maar blijven op hun hoede. Sommige bewegingen van de krokodil zijn zelfs voor de wachter een verrassing. De krokodillenboerdeij is opgezet om zieke krokodillen uit Queensland onderdak te bieden en te genezen. Ook worden hier krokodillen gefokt en voor een deel aan de lederindustrie verkocht. Dit staat weer haaks op de plannen om de natuur zo natuurlijk mogelijk te behouden en bedreigde dieren zoveel mogelijk in hun natuurlijke omgeving te laten leven. Na nog even de koalabeertjes te hebben geaaid, rijden we weer verder over de prachtige Cook Highway. De kustlijn bestaat uit kleine witte stranden met palmbomen. De weg slingert dicht langs de kust dan weer omhoog dan weer omlaag. We nemen de afslag naar Palm Cove en kijken verlekkerd naar de ruime bungalows in de ruime straatjes van het dorp. Hier wonen veel oudere mensen en hebben zo te zien een goede oude dag. De huizen zijn voor een groot deel uit hout opgetrokken, sommige staan op korte palen en hebben daardoor een natuurlijke ventilatie van onder het huis. Een huis hier bestaat op zijn minst uit 6 kamers, aan sommige zijn kleine granny flats aangebouwd. In deze woninkjes woont de huishoudster of ouderenverzorger. De meeste huizen hebben tropische tuinen van drie keer de omvang van het huis. Een groot vrijstaand huis met 100 ha grond kun je hier in North Queensland kun al voor $ 100.000,- kopen, huren voor $ 150,- per week. Niet gek, maar je moet hier wel werk kunnen vinden, de meeste mensen leven hier van het toerisme of van de land- en tuinbouw. Het strand van Palm Cove is een plaatje, het is een echt tropisch strand, zoals je het van de films en de reclamespotjes kent. Wit zand en wuivende palmen, die je schaduw bieden. Het begint net te regenen als we willen wandelen en rennen weer terug naar de auto. Vanuit de auto zien we de wind toenemen, de golven van de Coral Sea zijn erg hoog, het heldere water verandert in een modderpoel. De bootjes op zee hebben moeite om binnen te varen. De ondergaande zon kan nog net iets van haar oranje kleur aan de donkerpaarse wolken toevoegen, de wolken staan een beetje in brand. Op de terugweg kijken we toch nog even bij de andere strandjes, die toeristischer aandoen, door de campings en de flatgebouwtjes en de vele bars en restaurantjes dan het idylische Palm Cove. We kunnen nog net op tijd de auto afgeven en kopen nog op de valreep een souvenir uit Queensland. Het is toch een didgeridoo geworden, waartoe we in Alice Springs niet hebben kunnen besluiten.

Woensdag 14 juni 2000
Om 5 uur 's morgens brengt het hotelbusje ons naar het vliegveld. We komen om 09.30 uur in Sydney aan en een paar uur later zit Glenn alweer op kantoor. Het is hard, maar zonder werk geen leuke uitstapjes.